Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 6.1. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:512.
84. Voor de betekenis van de onderhavige vordering tot cassatie in het belang der wet is van belang dat deze zich beperkt tot de betekenis van ‘misbruik van recht’ in de wrakingsprocedure en de gevolgen die daaraan in de wrakingsprocedure verbonden worden. De mogelijke betekenis van ‘misbruik van recht’ voor andere onderdelen van het strafproces is in deze vordering niet aan de orde is. De vraag die ik aan de orde wil stellen is daarom niet wat onder ‘misbruik van recht’ in algemene zin moet worden verstaan, maar of het oordeel van de rechtbank, dat het onderhavige wrakingsverzoek als misbruik van recht kwalificeert, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijk is. In dat verband komt de bredere vraag aan de orde wat eventueel in het kader van een wrakingsprocedure als misbruik van recht kan kwalificeren. Om dat te doen, maak ik een vergelijking met het Duitse en Zwitserse strafprocesrecht waarin het leerstuk van ‘misbruik van recht’ in verband met de wrakingsprocedure als zodanig wordt erkend, en het Nederlandse burgerlijk recht, waarin misbruik van recht wordt aangeduid als ‘misbruik van bevoegdheid’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0, en de alinea staat in dat document op bytes 73631 tot 74866.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0 | shasum -a 256