Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 6.4. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:512.
111. Indien een wrakingsverzoek klaarblijkelijk ontoelaatbaar of klaarblijkelijk onvoldoende onderbouwd is, is het gerecht echter niet gehouden daarop uitdrukkelijk in te gaan, aldus het Bundesgericht. Een formele beslissing door (een) andere rechter(s) dan de gewraakte rechter(s) is in zo’n geval niet nodig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0, en de alinea staat in dat document op bytes 91855 tot 92308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0 | shasum -a 256