Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 1.4. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:512.
16. Het buiten behandeling laten van een wrakingsverzoek kan worden benut als instrument om oneigenlijk gebruik of misbruik van de wrakingsprocedure terug te dringen, en om de gevolgen ervan (een hinderlijke onderbreking van het strafproces) te vermijden. De vraag is alleen of er voor de toepassing van dit instrument wettelijke ruimte is en zo ja waar de grenzen liggen. Als andere mogelijke oplossing heeft Van der Kruijs gesuggereerd misbruik aan de orde te stellen via de tuchtrechtspraak van de advocatuur. Groenhuijsen wees recent op de mogelijkheid een “ onheus wrakingsverzoek ” te zien als een “ doelbewuste poging om het ambt van de desbetreffende rechter neer te halen ” dat vergelijkbaar is met het opzettelijk doen van een valse aangifte en strafbaar zou dienen te zijn als ‘contempt of court’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0, en de alinea staat in dat document op bytes 20800 tot 21827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0 | shasum -a 256