Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018

Onder 3.1. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:512.

25. De bewoordingen van de wet verzetten zich op zichzelf niet tegen de wraking van leden van een wrakingskamer. Wraking is namelijk mogelijk van “ elk van de rechters die een zaak behandelen ”. Of een lid van de wrakingskamer kan worden gewraakt, is dan afhankelijk van de uitleg die wordt gegeven aan de frase ‘het behandelen van een zaak’. Aan het begrip ‘zaak’ wordt veelal een ruime uitleg gegeven, in die zin dat de term ‘zaak’ “ het oog heeft op een strafvervolging van een persoon ter zake van één of meer strafbare feiten. ” Bij een dergelijk ruime uitleg, behandelen ook rechters die een wrakingsverzoek beoordelen, een zaak in de zin van artikel 512, eerste lid, Sv. De vraag is dus: moet de vigerende wrakingsregeling inderdaad zodanig ruim worden uitgelegd?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0, en de alinea staat in dat document op bytes 27647 tot 28646.