Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 3.3. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:512.
35. Uit de wederwaardigheden van de wrakingsregelingen die het Wetboek van Strafvordering kent en heeft gekend, valt op te maken dat aan de wrakingsregeling als uitgangspunt ten grondslag ligt dat een verzoek om wraking wordt beoordeeld door een andere rechter dan de rechter waarop het verzoek betrekking heeft. Een rechter mag met andere woorden geen recht mag spreken in zijn eigen zaak. In de huidige wettelijke regeling komt dit uitgangspunt tot uitdrukking in artikel 515, eerste lid, Sv, waarin is bepaald dat het verzoek om wraking zo spoedig mogelijk wordt behandeld door een meervoudige kamer “ waarin de rechter wiens wraking is verzocht, geen zitting heeft .” Dit is echter niet altijd zo geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0, en de alinea staat in dat document op bytes 35803 tot 36597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea5d5cd29ce2e56400674367b78575db6594f02653dc266cc07a453ec9c917f0 | shasum -a 256