Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:514.

Bij tussenvonnis van 19 december 2012 stelt de rechtbank Rotterdam vast dat partijen hebben gekozen voor toepassing van Nederlands recht op zowel de op de overeenkomst gebaseerde vorderingen als op de buitencontractuele vorderingen (rov. 5.1). Volgens de rechtbank is de verplichting tot exclusiviteit in de relatie tussen [eiseres] en Bast beperkt tot de duur van de relatie tussen [eiseres] en VelopA (rov. 5.5). De rechtbank oordeelt verder dat Bast zonder wanprestatie te plegen jegens [eiseres] vanaf juli 2005 in rechtstreekse opdracht van VelopA kon gaan werken. Bast is echter al vanaf april/mei 2005 voor VelopA gaan werken. Totdat de overeenkomst tussen [eiseres] en Velopa was geëindigd (per 1 juli 2005) was Bast verplicht de exclusiviteitsbedingen te respecteren. Daarin is zij toerekenbaar tekortgeschoten. Zie rov. 5.6:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeaf289bbc32e6f1223f791dabf029ee7a9f9f22b7f8e10a292063a010028af5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeaf289bbc32e6f1223f791dabf029ee7a9f9f22b7f8e10a292063a010028af5, en de alinea staat in dat document op bytes 15392 tot 16279.