Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018
Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:514.
De klacht onder 1.1 , dat het in rov. 10 gegeven oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting omdat het hof heeft miskend dat een overeenkomst slechts eindigt indien die overeenkomst zelf, een rechtshandeling, de wet, de gewoonte en/of het ongeschreven recht dit meebrengt, mist m.i. feitelijke grondslag. De bestreden overweging berust namelijk op een uitleg van de overeenkomsten tussen [eiseres] en Bast. Het hof oordeelt dat zich een beëindigingsgrond voordoet die voortvloeit uit de overeenkomsten beschouwd in onderling verband en samenhang met de overeenkomst tussen [eiseres] en VelopA. Het hof heeft, anders dan het subonderdeel aanvoert, daarom als zodanig niet miskend dat er een beëindigingsgrond moet zijn en heeft deze in dit geval ontleend aan de overeenkomsten zelf; zie ook hiervoor onder 3.3). Daaruit volgt tevens dat het hof, anders dan [eiseres] onder 1.2 klaagt, niet heeft miskend dat de aanwezigheid van een zodanige samenhang als door het hof bedoeld dient te worden vastgesteld aan de hand van uitleg van de rechtsverhoudingen in het licht van de omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeaf289bbc32e6f1223f791dabf029ee7a9f9f22b7f8e10a292063a010028af5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeaf289bbc32e6f1223f791dabf029ee7a9f9f22b7f8e10a292063a010028af5, en de alinea staat in dat document op bytes 44757 tot 45940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eeaf289bbc32e6f1223f791dabf029ee7a9f9f22b7f8e10a292063a010028af5 | shasum -a 256