Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:516.
Het cassatiemiddel houdt in dat het hof kennelijk van oordeel is dat het niet gehouden was om de kostenveroordeling in eerste aanleg te beoordelen, nu het spoedeisend belang van [eiser] c.s. in hoger beroep is komen te ontvallen. [eiser] c.s. hadden echter belang bij een oordeel over de in eerste aanleg gewezen kostenveroordeling, ook al was er na het vonnis van 26 april 2016 door nieuwe ontwikkelingen geen spoedeisend belang meer. Volgens vaste rechtspraak dient de appelrechter in een dergelijk geval te beoordelen of de proceskostenveroordeling in eerste aanleg terecht was. Het hof had dan ook moeten beoordelen of de vorderingen in eerste aanleg al dan niet terecht waren afgewezen, en daarmee of de kostenveroordeling van [eiser] c.s. in eerste aanleg terecht is uitgesproken. Door dit na te laten heeft het hof de vaste rechtspraak hierover miskend, dan wel heeft het zijn oordeel niet voldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc56aea9925380bddc409d8a027bd41d54d6d642f3de0054f7f113247cf0858c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc56aea9925380bddc409d8a027bd41d54d6d642f3de0054f7f113247cf0858c, en de alinea staat in dat document op bytes 10728 tot 11662.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc56aea9925380bddc409d8a027bd41d54d6d642f3de0054f7f113247cf0858c | shasum -a 256