Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 5.65 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:521.
Uit het onderdeel zelf blijkt niet waar het gestelde bewijsvermoeden op zou zijn gebaseerd. In de schriftelijke toelichting wordt verwezen naar art. 17 lid 2 van de Richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht (hierna: de Kartelschaderichtlijn ), welke bepaling het (weerlegbaar) vermoeden behelst dat kartels schade berokkenen. Betoogd wordt dat de aan deze bepaling ten grondslag liggende ratio – kort gezegd: het probleem van informatieasymmetrie waardoor het voor eisers moeilijk is om het nodige bewijsmateriaal te verkrijgen om de schade als gevolg van een kartel aan te tonen – ook opgaat bij het bewijs van een mededingingsbeperkende strekking. Verder merkt de schriftelijke toelichting, onder verwijzing naar het arrest IAE/Neo-River , op dat “de Hoge Raad wettelijke bewijsvermoedens kan uitbreiden met rechterlijke bewijsvermoedens.” Ter onderbouwing van de stelling dat op het CBL een verzwaarde stelplicht rust, voert de schriftelijke toelichting aan dat HEM “ruimschoots” op aan de op haar rustende stelplicht heeft gedaan en dat het derhalve op de weg lag van het CBL om haar verweer voldoende te onderbouwen, nu het gaat om “ feiten en omstandigheden die in haar domein liggen ”. De schriftelijke toelichting verwijst op dat punt naar het arrest Reaal/Gemeente Deventer .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861, en de alinea staat in dat document op bytes 133546 tot 135474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861 | shasum -a 256