Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018

Onder 5.67 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:521.

In de eerste plaats volgt uit Europese wetgeving dat de bewijslast van het bestaan van een inbreuk op art. 101 lid 1 VWEU rust op de partij die zich daarop beroept, zijnde de mededingingsautoriteit in administratieve procedures en (doorgaans) de eiser in civiele procedures. Art. 2 van Verordening 1/2003 luidt namelijk:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861, en de alinea staat in dat document op bytes 135870 tot 136267.