Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 5.68 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:521.
In de tweede plaats, en samenhangend met het vorige punt, is de opvatting dat het hof een bewijsvermoeden ten gunste van HEM dan wel een verzwaarde stelplicht voor het CBL had moeten hanteren niet goed te verenigen met de regels van bewijsvoering die de Hoge Raad in het arrest ANVR/IATA , onder het kopje “Algemene ‘vooropstelling’ mededingingsrecht”, heeft vastgelegd . Het hof heeft in rov. 7 (in cassatie niet bestreden) het arrest van de Hoge Raad geciteerd en op goede grond overwogen dat “HEM de nodige feiten naar voren dient te brengen waaruit met een voldoende mate van zekerheid haar stellingen volgen dat het CBL een of meer door artikel 6 Mw verboden besluiten heeft genomen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861, en de alinea staat in dat document op bytes 138289 tot 139206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c1715dd6c44db07df616427ba5dd25858b8ff789a2c51ee2bb687f782e485861 | shasum -a 256