Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:527.

Op 22 november 2016 hebben partijen ieder een conclusie na cassatie ingediend. Bij beschikking van 20 juni 2017 heeft het Hof geoordeeld dat Hyatt er niet in is geslaagd te bewijzen dat [verzoeker] het handgemeen is begonnen, noch dat [verzoeker] [betrokkene 1] een vuistslag op haar neus heeft gegeven noch dat hij haar heeft geschopt, terwijl zij op de grond lag. Dit betekent dat deze omstandigheden, die door Hyatt aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd, niet zijn komen vast te staan (rov. 2.15). Volgens het Hof staat wel vast dat [verzoeker] [betrokkene 1] heeft geduwd, dat zij op de grond is gevallen en dat zij een bloedneus had, maar in aanmerking genomen dat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] de aanstichter was van het handgemeen, heeft het Hof, evenals het GEA, geoordeeld dat het enkele duwen geen dringende reden voor ontslag oplevert. Ook in samenhang beschouwd, zijn deze omstandigheden volgens het hof onvoldoende (rov. 2.17). Evenals het GEA, heeft het Hof daarom geconcludeerd dat er geen sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet van [verzoeker] en dat dit ontslag dus nietig is (rov. 2.18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185, en de alinea staat in dat document op bytes 14576 tot 15754.