Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:527.
Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het aan de feitenrechter is overgelaten om te beslissen of en in hoeverre er reden tot loonmatiging bestaat; het betreft immers een discretionaire bevoegdheid. In cassatie kan die beslissing in beginsel slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Daarnaast is cassatie mogelijk als de feitenrechter het bestaan of de omvang van zijn discretionaire bevoegdheid heeft miskend of als hij deze bevoegdheid heeft uitgeoefend zonder de aanwezigheid van de feitelijke omstandigheden vast te stellen waaronder hem deze hem is toegekend. Dit betekent dat een loonmatigingsbeslissing kan worden gecasseerd indien de rechter de loonvordering heeft gematigd zonder dat is voldaan aan de maatstaf dat toewijzing van de loonvordering in de gegeven omstandigheden tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Zoals vermeld, dient de rechter bij zijn oordeel in hoeverre aan dit vereiste is voldaan, een mate terughoudendheid te betrachten die met deze maatstaf strookt, en daarvan in zijn motivering dient te doen blijken. Bij zijn beslissing om tot matiging over te gaan, is de rechter gehouden om alle bijzondere omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185, en de alinea staat in dat document op bytes 28485 tot 29987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185 | shasum -a 256