Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:527.

De in het cassatiemiddel verkondigde opvatting zou zich m.i. ook niet goed verdragen met de in het algemeen aan de motivering van rechterlijke beslissingen te stellen eisen. Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad geldt het grondbeginsel van een behoorlijke rechtspleging dat elke rechterlijke beslissing tenminste zodanig moet worden gemotiveerd dat zij voldoende inzicht geeft in de aan haar ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden – in geval van openstaan van hoger voorzieningen de hogere rechter daaronder begrepen – controleerbaar en aanvaardbaar te maken. Hoe ver de motiveringsplicht van de rechter gaat, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoort het aan de beslissing ten grondslag liggende partijdebat. Het debat tussen partijen bepaalt in zoverre de motiveringsplicht van de rechter dat hij in ieder geval in zijn uitspraak essentiële stellingen niet onbesproken mag laten, tenzij deze stellingen in een zo laat stadium van de procedure zijn aangevoerd dat zij op grond van de goede procesorde buiten beschouwing moeten blijven. De rechter behoeft dus niet op alle door partijen aangedragen stellingen in te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aabdb85dae64733b5103980c14a866d0f4ffd1affb70bd48790ed67581c03185, en de alinea staat in dat document op bytes 31239 tot 32768.