Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 6.10 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:54.
Zo is de nationale rechter niet bevoegd om de ongeldigheid van een bepaling van Unierecht vast te stellen en dient hij ter zake een vraag aan het HvJEU te stellen, ook indien het HvJEU overeenkomstige bepalingen van een vergelijkbare verordening reeds ongeldig heeft verklaard. Maar de nationale rechter kan bij uitzondering bevoegd zijn om in kort geding voorshands uit te gaan van de ongeldigheid van een bepaling van secundair Unierecht, al dient hij daarover dan wel vragen aan het HvJEU te stellen. Ook wanneer, kort gezegd, de vraag naar de grondwettigheid van een nationale bepaling die een richtlijn omzet, samenloopt met de vraag naar geldigheid van die richtlijn moet een vraag worden gesteld, tenzij precies die vraag al bij het HvJEU voorligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6, en de alinea staat in dat document op bytes 86843 tot 87803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6 | shasum -a 256