Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 6.12.2 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:54.
De in art. 267, derde alinea, VWEU neergelegde verplichting om een prejudiciële vraag voor te leggen aan het HvJEU moet, zo blijkt uit vaste jurisprudentie van het HvJEU, worden gezien in het kader van de samenwerking tussen de nationale rechterlijke instanties, in hun hoedanigheid van rechters belast met de toepassing van het Unierecht, en het HvJEU ter verzekering van de juiste toepassing en de eenvormige uitleg van het Unierecht in alle lidstaten. De verwijzingsplicht heeft met name tot doel te voorkomen dat zich in een lidstaat nationale rechtspraak ontwikkelt die niet strookt met de regels van het Unierecht. De rechterlijke instanties die in laatste aanleg uitspraak doen, en die per definitie de laatste instantie vormen waarbij particulieren de hun door het Unierecht toegekende rechten geldend kunnen maken, zijn ermee belast op nationaal niveau de eenvormige uitleg van de EU-voorschriften te verzekeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6, en de alinea staat in dat document op bytes 93825 tot 94952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6 | shasum -a 256