Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Onder 6.34.3 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:54.

Uit de overwegingen van het hof Den Haag volgt immers dat de motivering van het arrest van 2012 niet ‘arbitrary’ is in de zin van het arrest Ullens de Schooten en Rezabek/België en dat daaruit voor [eiser] c.s. kenbaar is waarom geen prejudiciële vraag is gesteld. Uit de motivering van het arrest van 2012 blijkt immers, dat, in de bewoording van het arrest Dhahbi , de “question was considered (…) to relate to a provision which (…) had already been interpreted by the CJEU”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6, en de alinea staat in dat document op bytes 126898 tot 127473.