Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Onder 8.3 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:54.

In cassatie wordt niet bestreden dat het hof Den Haag volgens [eiser] c.s. moest beoordelen of de Hoge Raad in 2012 vragen had moeten stellen over het in rov. 3.4 onder (i) samengevatte onderwerp. Nu de Hoge Raad zich bij zijn onderzoek bepaalt tot de middelen waarop het beroep in cassatie steunt (art. 419 lid 1 Rv), heeft het hof Den Haag kennelijk, en niet onbegrijpelijk, het betoog van [eiser] c.s. zo gelezen, dat zij zich tevens op het standpunt stelden dat de Hoge Raad gezien het cassatiemiddel destijds over dit onderwerp vragen kon stellen. Van een verrassingsbeslissing kan dan ook niet gesproken worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa0af5d9260383d19b892da2d9f4f4e57e5355fe5b2c35bea9d697cb4f714fa6, en de alinea staat in dat document op bytes 140476 tot 141107.