Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018
Onder 6.10. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:550.
De overwegingen van de rechtbank kunnen als volgt worden samengevat. De rechtbank is er klaarblijkelijk van uitgegaan dat de klager, [klager], de auto niet heeft verkregen van een vervreemder die in de uitoefening van zijn bedrijf handelde maar van een particulier. Op grond van art. 3:86 lid 3 BW komt in een dergelijk geval aan de benadeelde, in dit geval de verzekeringsmaatschappij [A] (die in de rechten is getreden van de oorspronkelijke eigenaar), het recht toe de auto als zijn eigendom op te eisen. Op grond daarvan heeft de rechtbank geoordeeld dat [A] op het eerste gezicht een sterker rechter toekomt dan de klager [klager] en daarom teruggave van de auto moet worden gelast aan eerstgenoemde. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is naar mijn mening toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf, en de alinea staat in dat document op bytes 23809 tot 24696.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf | shasum -a 256