Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018

Onder 6.12. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:550.

Daarnaast is de rechtbank, anders dan in de tweede deelklacht wordt betoogd, niet getreden in de beslechting van een civielrechtelijke eigendoms- en bezitskwestie. Uit het stelsel van de wet volgt dat strafvorderlijke beslissingen over eigendoms- en bezitsvragen civielrechtelijk geen bindend karakter hebben en ieders rechten ten aanzien van de voorwerpen onverlet laten. Bij een beslissing over de teruggave van een inbeslaggenomen voorwerp wordt dus geen definitieve beslissing over eigendomskwesties gegeven en bestaat er voor de burgerlijke rechter nog steeds de mogelijkheid om een andersluidend (definitief) oordeel te geven. Ik vermag niet in te zien waarom dat hier anders zou zijn. De rechtbank heeft (slechts) geoordeeld dat aan [A] op het eerste gezicht een sterker recht toekomt dan aan de klager, hetgeen de rechtbank op basis van de vastgestelde feiten ook mocht aannemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf, en de alinea staat in dat document op bytes 25456 tot 26548.