Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018

Onder 6.13. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:550.

Tot slot heeft de rechtbank de regeling van art. 3:86 BW niet genegeerd. Integendeel, de rechtbank heeft conform deze bepaling beslist door te oordelen dat aan de benadeelde, onderscheidenlijk de verzekeringsmaatschappij die in diens rechten is getreden, in dit geval een recht toekomt om het bezit van de zaak als zijn eigendom op te eisen omdat de uitzonderingsgronden in art. 3:86 lid 3 onder a en b BW niet van toepassing zijn. Anders dan het middel lijkt te veronderstellen, is in een dergelijk geval niet relevant of de klager de auto te goeder trouw heeft verkregen zodat de rechtbank dit in het midden mocht laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 615ffaeff94de4891e88608e1a37a4237e9a59e0ba1ab4a1a3c7ce3c9b81caaf, en de alinea staat in dat document op bytes 26613 tot 27312.