Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:564.

13. Inzake getuige [betrokkene 9] voert de steller van het middel aan dat deze getuige ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard dat de verdachte nooit heeft gezegd dat hij betrokken was bij de bewezen verklaarde feiten. Die enkele omstandigheid brengt evenwel niet mee dat het hof verantwoording dient af te leggen over het gebruik van de eerder door [betrokkene 9] bij de politie afgelegde verklaring. Argumenten die ertoe leiden dat het hof wel tot die verantwoording verplicht zou zijn worden in het pleidooi niet gegeven. Ik merk daarbij nog op dat [betrokkene 9] in de als bewijsmiddel 11 gebezigde verklaring niet verklaart dat de verdachte iets tegen hem gezegd heeft. [betrokkene 9] verklaart immers dat ‘[betrokkene 1], [verdachte] en [betrokkene 3] de woonkamer binnen (kwamen). Ik hoorde dat een van hen zei dat ze iemand hadden geslagen.’ Hier doet zich dus niet het geval voor waarin een getuige terugkomt op een tot het bewijs gebezigde verklaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa137708adec0623ccf03e632e26e02f51133999149d12c122311a4fcc0af066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa137708adec0623ccf03e632e26e02f51133999149d12c122311a4fcc0af066, en de alinea staat in dat document op bytes 44293 tot 45323.