Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:564.
32. Als het in het voorgaande geschetste kader in de onderhavige strafzaak wordt gehanteerd, is er naar het mij voorkomt onvoldoende reden om de klacht op het ontbreken van belang te laten stranden. Het wettelijk strafmaximum is bij het aannemen van eendaadse samenloop een vierde lager. De opgelegde gevangenisstraf van twintig maanden is niet kort. De strafmotivering geeft geen aanleiding om aan te nemen dat een afzonderlijk verwijt ter zake van de openlijke geweldpleging de straf niet mee kan hebben bepaald. De overwegingen van het hof wijzen eerder op het tegendeel, waar wordt overwogen dat ‘door feiten als de onderhavige, waarbij het geweld op de openbare weg wordt gepleegd, de in de maatschappij levende gevoelens van angst en onveiligheid op straat (worden) versterkt’. En het verband tussen het medeplegen van de poging tot doodslag en de openlijke geweldpleging is niet van dien aard dat het lichtere feit in het zwaardere opgaat of daar welhaast onlosmakelijk mee verbonden is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa137708adec0623ccf03e632e26e02f51133999149d12c122311a4fcc0af066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa137708adec0623ccf03e632e26e02f51133999149d12c122311a4fcc0af066, en de alinea staat in dat document op bytes 70521 tot 71532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa137708adec0623ccf03e632e26e02f51133999149d12c122311a4fcc0af066 | shasum -a 256