Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Onder 3.29. Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:578.

Het subonderdeel faalt. In de gedachtegang van het hof is, in lijn met het Imeko-arrest, de hoedanigheid waarin [eiser] de tijdelijke bestuurswerkzaamheden heeft verricht beslissend voor de vraag welk orgaan bevoegd is rechtsgeldig te besluiten over de bezoldiging. Ik memoreer dat vaststaat dat [eiser] nooit is benoemd tot statutair bestuurder (zie nr. 3.20); dat [eiser] gedurende de gehele periode van 27 juni 2002 tot 12 juni 2006 zijn hoedanigheid van commissaris heeft behouden (zie ook nr. 3.20); en dat [eiser] geacht wordt de tijdelijke bestuurswerkzaamheden te hebben verricht in zijn hoedanigheid van commissaris (zie nr. 3.14 en nr. 3.27). Tegen die achtergrond is het geenszins onbegrijpelijk dat het hof aan de omstandigheden onder (i)-(iii) geen betekenis heeft toegekend. Voor zover het subonderdeel met de klacht sub b) betoogt dat [eiser] de werkzaamheden als (statutair) bestuurder zou voortzetten naast zijn werkzaamheden in hoedanigheid van commissaris faalt het op de grond dat de hoedanigheid van bestuurder en van commissaris niet in één persoon verenigd kunnen worden (zie nr. 3.13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35, en de alinea staat in dat document op bytes 71440 tot 72635.