Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Onder 3.35. Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:578.

Het subonderdeel faalt. Mijns inziens kan hier van strijd met artikel 24 Rv geen sprake zijn. Het hof heeft in rov. 3.9 geoordeeld dat [eiser] zijn stelling dat Imeko bekend was met de managementvergoedingen die hij op declaratiebasis uitbetaald kreeg onvoldoende heeft onderbouwd en toegelicht. Anders dan het subonderdeel klaagt, doet het mijns inziens niet ter zake of het dan [eiser] is geweest die als eerste heeft gesteld dat de AV wel bekend was met de declaraties – in het kader van zijn beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid – of dat het Imeko was die als eerste heeft aangevoerd dat dat niet het geval was – als bevrijdend verweer tegen het beroep van Imeko op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35, en de alinea staat in dat document op bytes 79701 tot 80478.