Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Onder 3.59. Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:578.

“Voor zover [eiser] zich in dit verband op ongerechtvaardigde verrijking beroept (artikel 6:212 BW), wordt dit verworpen, nu het enerzijds weliswaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [eiser] de aan hem betaalde vergoedingen voor al zijn werkzaamheden moet terugbetalen, maar anderzijds door [eiser] gelet op al het voorgaande onvoldoende is gesteld om de conclusie te wettigen dat het redelijk is (in de zin van artikel 6:212 BW) dat Imeko het onderhavige restant van het door [eiser] gedeclareerde bedrag moet betalen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35, en de alinea staat in dat document op bytes 98600 tot 99173.