Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:578.

De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 15 oktober 2014 zowel de eis in conventie van Imeko als de eis in reconventie van [eiser] afgewezen. De rechtbank heeft in conventie over de managementvergoeding van € 563.750,- beslist dat weliswaar zonder rechtsgrond is betaald, maar dat het beroep van Imeko op onverschuldigde betaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Over de onkostenvergoeding van € 70.970,56 heeft de rechtbank beslist dat enerzijds [eiser] zijn declaraties voldoende heeft onderbouwd en dat anderzijds Imeko nalatig is geweest om de declaraties te controleren en overigens haar betwisting van de declaraties onvoldoende heeft gemotiveerd. In reconventie heeft de rechtbank beslist dat de vordering van [eiser] van € 595.601,79 rechtsgrond ontbeert en dat de beweerdelijke afspraak dat [eiser] na het aantreden van [betrokkene 3] medio 2005 als bestuurder nog vijf tot zeven jaar zou aanblijven voor bestuurs-/managementtaken niet is komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35, en de alinea staat in dat document op bytes 9135 tot 10415.