Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:578.

De vordering tot terugbetaling van € 70.970,56 die [eiser] ten titel van onkostenvergoeding heeft ontvangen, is echter niet toewijsbaar. In de ava van 27 juni 2002 is aan [eiser] als commissaris een onkostenvergoeding toegekend, zodat [eiser] op zichzelf recht had op betaling daarvan, en wel, zo is niet in geschil, op declaratiebasis. Dat betekent dat voor een geslaagd beroep op onverschuldigde betaling van dat gehele bedrag (of een deel daarvan) is vereist dat [eiser] in zoverre ongegrond c.q. excessief heeft gedeclareerd. Het dossier biedt echter onvoldoende aanknopingspunten om daar een gefundeerd oordeel over te vellen. Voor zover Imeko op dit punt al voldoende specifieke stellingen heeft betrokken, kan, vanwege het tijdsverloop, van [eiser] redelijkerwijs niet worden verwacht dat hij zijn betwisting navenant specificeert en onderbouwt. Bij dat oordeel weegt mee dat het Imeko niet ontgaan kan zijn dat [eiser] werkzaamheden verrichtte en in dat kader onkosten maakte tot vergoeding waarvan hij in beginsel gerechtigd was. Daarmee had het op de weg van Imeko gelegen om zich op dit punt tijdig van haar controlerende taak te kwijten, bij gebreke waarvan zij de declaraties geacht wordt stilzwijgend te hebben geaccepteerd en geaccordeerd, gelet ook op het feit - zo is niet betwist - dat de rvc jaarlijks decharge is verleend. Bij deze stand van zaken is de gegrondheid van dit onderdeel van Imeko’s vordering niet komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35, en de alinea staat in dat document op bytes 18373 tot 19842.