Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:578.
De door de Hoge Raad gehanteerde benadering in HR 6 januari 2012 waarbij “in het belang van duidelijke verhoudingen binnen de vennootschap op het punt van de bevoegdhedenverdeling, en om belangenconflicten bij de toekenning van beloningen van bestuurders en commissarissen te voorkomen, [de beloning van bestuurders en commissarissen dient] te geschieden door de in de wet en de statuten aangewezen organen” staat niet op zichzelf. Het voorschrijven van bevoegdheidsregels (en gedragsregels) voor organen en functionarissen van de vennootschap vormt een belangrijke taak van het vennootschapsrecht. Het belang van een duidelijke verdeling van bevoegdheden binnen de vennootschap (of breder: de rechtspersoon) tussen haar (zijn) organen – bij de kapitaalvennootschap tussen de algemene vergadering, het bestuur en, indien aanwezig, de RvC – wordt sinds jaar en dag in de rechtspraak van de Hoge Raad benadrukt. Uit HR 21 januari 1955 volgt reeds dat een orgaan de bij wet en statuten getrokken grenzen van zijn bevoegdheden niet mag overschrijden. Kroeze drukt het belang van dit uitgangspunt als volgt uit:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35, en de alinea staat in dat document op bytes 28761 tot 29952.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb3a913692b41442d4b8214c0b4813c50f278263197a3ca872c4e8c8382c4f35 | shasum -a 256