Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:581.
In beginsel echter oordeelt de appelrechter dus naar de actuele situatie in hoger beroep. Dat neemt niet weg dat een eisende partij ook dan wel degelijk belang kan hebben bij de vaststelling van de rechten en plichten in een reeds verstreken periode. Ik verwijs naar de conclusie van A-G Langemeijer voor het arrest Meccano/Remco Toys . Hij noemt in dit verband het voorbeeld dat een kantonrechter op grond van een concurrentiebeding in eerste aanleg een in de tijd onbeperkt verbod oplegt en de rechtbank oordeelt dat het verbod moet worden beperkt tot een datum, gelegen vóór de uitspraak in hoger beroep. In dat geval kan eiser er belang bij hebben dat de appelrechter niet volstaat met afwijzing, maar zich erover uitspreekt of het verbod gedurende dat inmiddels verstreken tijdvak terecht is gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 58442 tot 59361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0 | shasum -a 256