Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:581.
Erkennen is in zoverre niets anders dan een – versterkte – vorm van niet betwisten. Met de erkenning daarvan staat de stelling vast zonder bewijs. Het erkende staat vast, ongeacht de waarheid van die stellingen. Een gerechtelijke erkentenis geldt echter als zodanig slechts in het geding waarin zij is afgelegd. Met de gerechtelijke erkentenis van een stelling die de wederpartij in het geding naar voren bracht, is de discussie tussen partijen over die stelling afgesloten. Partijen twisten daarover niet of niet meer. Over het al dan niet waar zijn van die stellingen verlangen zij geen beslissing van de rechter. Dit volgt uit de beginselen van partijautonomie en lijdelijkheid van de rechter (art. 24 jo. 149 Rv). Op grond van art. 149 Rv moet de rechter feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 74118 tot 75327.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0 | shasum -a 256