Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:581.
Bij de totstandkoming van art. 154 Rv heeft de regering bij monde van de minister van Justitie ten aanzien van de herroepingsgronden (bij nader inzien) overigens niet willen aansluiten bij de regeling van de in art. 3:44 en art. 6:228 BW opgenomen wilsgebreken. De reden hiervoor is dat de regels van de wilsgebreken in het materiële vermogensrecht zich niet lenen voor het soort beslissingen dat de rechter krachtens art. 154 lid 2 Rv (voorheen: art. 181 lid 2 Rv) zal moeten nemen, dikwijls in een laat stadium van de procedure, bijvoorbeeld naar aanleiding van inmiddels gehouden getuigenverhoren of na een comparitie van partijen waarbij nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 77942 tot 78703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0 | shasum -a 256