Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Onder 3.59 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:581.

Ook in de verhouding tussen appartementseigenaren moet het antwoord op de vraag welke hinder aanvaardbaar is, en daarmee geduld moet worden, en welke niet (meer), worden gezocht in art. 6:162 BW. Vaste rechtspraak van Uw Raad, waarnaar [eiser] c.s. ook heeft verwezen, met betrekking tot de vraag of hinder onrechtmatig is, leert dat het afgezien van ter zake geldende specifieke (wettelijke) regels aankomt op een beoordeling van het ongeschreven recht en daarmee op weging van factoren als de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval waaronder de plaatselijke omstandigheden. Aldus vult de rechter bij gebreke van concrete regels uiteindelijk in wat tussen de ‘buren’ heeft te gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 97046 tot 97903.