Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:581.

Nu vaststaat dat [eiser] c.s. onrechtmatige geluidshinder heeft veroorzaakt, kan niet worden gezegd dat [verweerder] c.s. geen recht heeft gehad op en geen belang heeft gehad bij het versturen van aanmaningen en sommaties tot het staken van dit handelen. Voor zover sprake is geweest van de door [eiser] c.s. gestelde beschuldigingen en dreigementen acht de rechtbank het voorstelbaar dat [eiser] c.s. die als hinderlijk heeft ervaren, maar die beschuldigingen en dreigementen zijn naar het oordeel van de rechtbank niet dermate grievend en ernstig dat daarmee immateriële schade is veroorzaakt en aldus het handelen van [verweerder] c.s. als onrechtmatig moet worden beschouwd. De vorderingen in reconventie worden afgewezen met veroordeling van [eiser] c.s. in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] c.s. (rov. 3.18. en 3.19.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 24196 tot 25046.