Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:581.
Dat het hoger beroep een nieuwe feitelijke instantie is, waarbij de toewijsbaarheid van de vordering op de voorgrond staat, brengt dus mee dat de appelrechter dient te oordelen naar de stand van zaken ten tijde van zijn beslissing. Hij geeft in beginsel een zogenaamde ex nunc -beoordeling. De appelrechter hoeft niet te beslissen of de eerste rechter het destijds bij het rechte eind had, al kan dat wel uit zijn motivering blijken. Uw Raad heeft dit in het arrest Qin Yun Yp/PTT als volgt weergegeven:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 53599 tot 54376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfc393fa5cb7dcdfc7a3fbe07007b5b0261b9077154a7bfe985122b899fbb9f0 | shasum -a 256