Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018
Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:613.
23. Op grond van art. 6:106, eerste lid, onder b, BW kan onder omstandigheden ook bij een andere aantasting dan door lichamelijk letsel aan de benadeelde partij een immateriële schadevergoeding worden toegekend. Deze schadevergoeding wordt vastgesteld naar billijkheid, zodat rekening gehouden kan worden met de omstandigheden van het geval. Indien de benadeelde op andere wijze in zijn persoon is aangetast, geldt als uitgangspunt voor de toewijsbaarheid van de betreffende vordering dat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Hiervan is niet reeds sprake bij een meer of minder sterk psychisch onbehagen of een zich gekwetst voelen. Het geestelijk letsel wordt beoordeeld aan de hand van objectieve criteria. De benadeelde zal “voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan waartoe nodig is dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel is of had kunnen zijn vastgesteld”. Een uitzondering op de voornoemde hoofdregel is mogelijk indien sprake is van een bijzondere ernst van de normschending en de (voldoende ernstige) gevolgen daarvan voor het slachtoffer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657, en de alinea staat in dat document op bytes 48973 tot 50509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657 | shasum -a 256