Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018
Alinea 186 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:613.
25. Ten aanzien van [betrokkene 3] heeft het hof eveneens vastgesteld dat verdachte is gedwongen om telefoonabonnementen af te sluiten op zijn naam en de telefoons af te geven aan de (mede)verdachte. In de tot het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 3] verklaart hij over de bedreigende uitlatingen van de (mede)verdachte, zijn gevoelens van angst omdat de verdachten bekend waren met zijn adres en omdat hij zo ver was van huis en dat hij “echt bang” was (bewijsmiddel 22). Ook de vriend van de benadeelde partij, [betrokkene 9] , verklaart dat de benadeelde bang was (bewijsmiddel 25). Uit het voegingsformulier blijkt daarnaast dat hij door de bedreigingen niet meer wist wat hij moest doen en dat hij gedurende twee dagen de instructies van de verdachten opvolgde. Ook blijkt dat hij na het vooral slecht sliep, zich niet kon concentreren, inzat over de schulden bij de telecomzaken, zijn tentamens en het schooljaar niet heeft gehaald en hij niet meer in Rotterdam durfde te komen gedurende een aantal maanden, terwijl hij voorheen daar graag heen ging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657, en de alinea staat in dat document op bytes 52321 tot 53404.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657 | shasum -a 256