Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018

Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:613.

26. Gelet op het bovenstaande is het (kennelijke) oordeel van het hof dat de benadeelde partijen op een andere wijze in zijn persoon is aangetast als bedoeld in art. 6:106, eerste lid, sub b, BW en dat hen op grond hiervan een immateriële schadevergoeding toekomt niet onjuist. De oordelen van het hof zijn ook toereikend gemotiveerd, waarbij ik mede in aanmerking neem dat de verdediging geen verweren heeft gevoerd ten aanzien de betreffende vorderingen en een summiere motivering niet aan de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij in de weg hoeft te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83e2d58dd04f47122bde0ded79da6686978295518206c2f96c7a41a295099657, en de alinea staat in dat document op bytes 53412 tot 54063.