Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2018
Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:615.
Gelet op artikel 26, lid 2, AWR moet de mogelijkheid van het ontvankelijk zijn van een voor het begin van de termijn ingediend bezwaar ook worden aanvaard ingeval het betreft een bezwaar tegen de voldoening op aangifte. De in die bepaling bedoelde overeenkomstige toepassing van artikel 6:10 Awb brengt mee - de aard van de belastingheffing bij wege van voldoening op aangifte verzet zich niet daartegen - dat niet-ontvankelijkverklaring wegens de voortijdige indiening van het bezwaarschrift achterwege moet blijven indien het bezwaarschrift is ingediend op of na het moment waarop de aangifte is ingediend en/of de opdracht tot betaling van het bedrag waartegen bezwaar wordt gemaakt, is verstrekt. Aan te nemen valt dat de indiener van het bezwaarschrift zich dan van het voorwerp van bezwaar een vastomlijnde voorstelling heeft gevormd. Mocht vervolgens de voldoening van het desbetreffende bedrag op (de) aangifte toch achterwege blijven, dan is het aan de inspecteur vast te stellen dat het bezwaar zonder voorwerp is en kan om die reden het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f0787a12c414b73f1e3432ce76b96273eb0dd5102924f09ccaadb0f0047e48c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f0787a12c414b73f1e3432ce76b96273eb0dd5102924f09ccaadb0f0047e48c, en de alinea staat in dat document op bytes 47058 tot 48165.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f0787a12c414b73f1e3432ce76b96273eb0dd5102924f09ccaadb0f0047e48c | shasum -a 256