Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2018

Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:615.

Op basis hiervan zou belanghebbendes bezwaar ontvankelijk zijn geweest als hij zijn opmerking en verwijzing in een afzonderlijke brief tegelijk met of na de aangifte naar de Inspecteur had gestuurd. Dat zijn opmerking en verwijzing niet in een separaat geschrift, maar op het aangiftebiljet zijn gesteld, maakt mijns inziens rechtens geen relevant verschil. Het aangiftebiljet is ondertekend en voorzien van belanghebbendes naam en het adres, en de handgeschreven aantekening kan in redelijkheid niet anders opgevat worden dan als bezwaar tegen de eigen voldoening op aangifte, terwijl de aantekening voor de gronden van het bezwaar verwijst naar de brief van 9 februari 2015. Het biljet, de aantekening en de brief tezamen voldoen aldus aan alle eisen die art. 6:5 Awb aan een bezwaarschrift stelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f0787a12c414b73f1e3432ce76b96273eb0dd5102924f09ccaadb0f0047e48c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f0787a12c414b73f1e3432ce76b96273eb0dd5102924f09ccaadb0f0047e48c, en de alinea staat in dat document op bytes 50260 tot 51072.