Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:619.
Subonderdeel 1.1 klaagt over een onjuiste opvatting over schade in art. 6:74 lid 1 BW en vermogensschade in art. 6:95 BW in rov. 6.15, maar daarvan is volgens mij geen sprake. Volgens de klacht heeft [eiseres] vermogensschade geleden, omdat zij uitgaven heeft gedaan ter verkrijging van een op zichzelf niet op geld waardeerbaar onstoffelijk voordeel, te weten het helpen van [betrokkene 1] , en dit voordeel heeft moeten missen. Het hof mist volgens de klacht dat de schade dan hetzij begroot wordt op de voor het verkrijgen van dat doel gedane uitgaven, hetzij op het bedrag van de door [verweerder] genoten winst in de zin van art. 6:104 BW. Indien het hof daar niet aan voorbijgezien heeft, is het oordeel ontoereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6, en de alinea staat in dat document op bytes 34227 tot 35021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6 | shasum -a 256