Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:619.
Daar komt nog bij dat enigszins gezocht voorkomt dat hier sprake zou zijn van gemist onstoffelijk voordeel van [eiseres] in de vorm van het niet blijken te hebben geholpen van [betrokkene 1] . Zoals uit de (deels) weergegeven e-mailwisseling van partijen volgt (vgl. hiervoor in 1.3 en 1.10), gingen zowel [verweerder] als [eiseres] ervan uit dat de door hen gefourneerde bedragen aan “hulp” aan [betrokkene 1] (met winst, misschien wel met 100% winst ) terug zouden komen na het door [betrokkene 1] te gelde maken van de voorgespiegelde Irakese erfenis. Louter onbaatzuchtigheid is niet hetgeen aanstonds opdoemt bij lezing van die mailwisselingen en het zittingsproces-verbaal in appel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6, en de alinea staat in dat document op bytes 36916 tot 37684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6 | shasum -a 256