Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:619.

De rechtsklacht gaat volgens mij op. De stellingname van [verweerder] dat hij het door [eiseres] gefourneerde geld aan [betrokkene 1] heeft afgedragen, dient door [verweerder] te worden bewezen. Het is als een bevrijdend verweer te kwalificeren . Het ligt ook zeer in de rede dat dit zijn risicosfeer is: erkend wordt door [verweerder] dat hij geld heeft ontvangen/gepind van [eiseres] ten behoeve van [betrokkene 1] en dan vormt het zijn bewijsrisico dat hij die gelden ook heeft doorgeleid aan [betrokkene 1] . Bij tussenvonnis van 27 november 2013 is in rov. 5.3 volgens mij dan ook terecht geoordeeld dat [verweerder] hier het bewijsrisico draagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb34a2e70d0b70bd790af8c70009d4b7b23e85a0c150fac1f787af3179acdad6, en de alinea staat in dat document op bytes 42720 tot 43447.