Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2018

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:622.

11. Hoewel het in ontnemingszaken ook na dit arrest gebruikelijk is gebleven om in de uitspraak of de aanvulling daarop een opsomming van de bewijsmiddelen op te nemen, is zulks voor het in stand blijven van de bestreden uitspraak niet steeds strikt noodzakelijk. Indien de gevolgtrekkingen uit een financieel rapport niet voldoende gemotiveerd worden betwist, kan de rechter volstaan met verwijzing naar dat rapport. Die verwijzing hoeft niet onder een aparte rubriek ‘bewijsmiddelen’ te zijn opgenomen, maar kan ook in de overwegingen van het hof geschieden. Het hof heeft in zijn hiervoor onder randnummer 4 weergegeven berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel vooropgesteld deels het proces-verbaal met nummer PL0600-2014-120130-1, door [verbalisant] opgemaakt op 11 november 2014, te zullen volgen. Dit proces-verbaal bevindt zich onder de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken en betreft een financieel rapport in de door de Hoge Raad bedoelde zin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a11a8d097b7d17de58d38c2f9cace5d4c764fb7193b27c2ca409d4b6ec7299c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a11a8d097b7d17de58d38c2f9cace5d4c764fb7193b27c2ca409d4b6ec7299c5, en de alinea staat in dat document op bytes 27285 tot 28373.