Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 6.4 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:624.
60. Het argument is derhalve in wezen dat binnenlandse en buitenlandse dochterondernemingen voor het specifieke doel, te waarborgen dat belasting niet aan de bevoegdheid van een lidstaat ontsnapt, niet vergelijkbaar zijn. De aan de orde zijnde wetgeving is specifiek vastgesteld omdat zij niet als gelijk worden beschouwd. Het territorialiteitsbeginsel en de onmogelijkheid om de heffingsbevoegdheid jegens buitenlandse dochterondernemingen uit te oefenen, maakt deze twee situaties objectief verschillend. Ongelijkheid bestaat niet alleen in het verschillend behandelen van dezelfde situatie, maar ook in het op dezelfde wijze behandelen van objectief verschillende situaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec78f549b9297e2b26e7cbceaf535dbb6dcdf5d85c7da1bd32345275321cfb11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec78f549b9297e2b26e7cbceaf535dbb6dcdf5d85c7da1bd32345275321cfb11, en de alinea staat in dat document op bytes 171152 tot 171842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec78f549b9297e2b26e7cbceaf535dbb6dcdf5d85c7da1bd32345275321cfb11 | shasum -a 256