Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:624.
“13. (…) Kortom, niet alleen moet de compenserende heffing louter bij de ‘feitelijke financier’ worden getoetst, ook voor het antwoord op de vraag of een geldlening binnen de reikwijdte van art. 10a valt is beslissend wie de ‘feitelijke financier’ is, niettegenstaande de termen ‘dan wel’ en ‘of’ in de gebruikte terminologie. Wanneer de ‘feitelijke financier’ een derde is, mist art. 10a lid 1 toepassing, zodat de tegenbewijsregeling niet aan de orde komt en eventuele double dips door hybride mismatches irrelevant zijn. (…).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec78f549b9297e2b26e7cbceaf535dbb6dcdf5d85c7da1bd32345275321cfb11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec78f549b9297e2b26e7cbceaf535dbb6dcdf5d85c7da1bd32345275321cfb11, en de alinea staat in dat document op bytes 68339 tot 68907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec78f549b9297e2b26e7cbceaf535dbb6dcdf5d85c7da1bd32345275321cfb11 | shasum -a 256