Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:625.
“61. Ten eerste dient aangaande verordening nr. 504/2008 wat betreft methoden voor de identificatie van paardachtigen immers te worden opgemerkt dat ingevolge artikel 20, lid 1, van deze verordening een paardachtige „wordt geacht bestemd te zijn voor de slacht voor menselijke consumptie, tenzij onherroepelijk is verklaard dat de paardachtige hiervoor niet bestemd is” in het identificatiedocument van het dier. Lid 2 van dit artikel preciseert dat voorafgaand aan voorziene behandelingen de verantwoordelijke dierenarts vaststelt wat de status van de paardachtige is: bestemd voor de slacht voor menselijke consumptie, wat „het normale geval” is, of niet bestemd voor de slacht voor menselijke consumptie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3, en de alinea staat in dat document op bytes 69092 tot 69822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3 | shasum -a 256