Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:625.
Uit de rechtspraak van het HvJ volgt dat punt 1 van Bijlage III strikt moet worden uitgelegd (zie onder meer Commissie/Nederland , punt 58, en Bog , punt 84). Die strikte uitleg gaat echter niet zo ver dat enkel voedzame stoffen en producten onder het begrip ‘levensmiddelen’ kunnen worden geschaard. IJsjes en snacks (zie onderdeel 4.12), maar ook banketbakkerswaren en gebak (zie de zaak AZ ) vallen daar immers ook onder. Dat de uitleg niet uiterst strikt moet plaatsvinden volgt voorts uit Bog , in welk arrest het HvJ overweegt dat de betrokken bepaling ziet op ‘levensmiddelen in het algemeen’. Wanneer het doel van Bijlage III in ogenschouw wordt genomen, moet het gaan om ‘essentiële goederen’. Anders dan in Commissie/Spanje geldt voor de onderhavige producten dat de kostprijs van die producten rechtstreeks wordt gedragen door de eindconsument (zie onderdeel 4.19). Het is de vraag of de Uniewetgever voor ogen heeft gehad om goederen als de onderhavige, capsules ( Libidoforte ), druppels ( Spanish Fly ) en spray ( Rush Herbal Popper ), die primair zijn bedoeld om (seksuele) lust op te wekken, minder duur te willen maken en dus toegankelijker voor de eindconsument. Om nu te zeggen dat de onderhavige producten bijzonder noodzakelijk geachte goederen zijn, gaat wel ver. Hetzelfde kan echter worden gezegd van producten als chocolade, oesters en ginseng, waarvan wel wordt beweerd dat ze als een (natuurlijk) afrodisiacum werken, of van (ander) snoepgoed, waarvan buiten kijf is dat die producten onder het begrip ‘levensmiddelen’ kunnen worden geschaard. De wijze waarop deze producten worden genuttigd en de bijeffecten van een product (de lustopwekking) zijn naar mijn mening, mede gelet op de tekst van punt 1 van Bijlage III waarin dergelijke beperkingen niet zijn opgenomen, niet van belang. Een en ander afwegende, meen ik dat het voor de uitleg van ‘levensmiddelen (…) voor menselijke (…) consumptie’ in de rede ligt aan te sluiten bij de definitie van het begrip ‘levensmiddel’ in Vo. 178/2002 (“alle stoffen en producten verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om door de mens te worden geconsumeerd of waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door de mens worden geconsumeerd”). Ik acht het buiten redelijke twijfel dat die definitie de gebruikelijke betekenis van het begrip ‘levensmiddelen (…) voor menselijke (…) consumptie’ weergeeft en dat deze past binnen de context van de Btw-richtlijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3, en de alinea staat in dat document op bytes 79378 tot 82221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3 | shasum -a 256