Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Onder 4.44 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:625.

“2. Ten eerste vraag ik mij af of de nationale wetshistorie, waarop de Hoge Raad zijn oordeel baseert, wel zo relevant is bij het uitleggen van de op bijlage H bij de Zesde richtlijn, gebaseerde tabelposten behorende bij de Wet OB 1968. Sinds het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Erotic Center, is het immers niet meer voor twijfel vatbaar dat begrippen uit bijlage H bij de Zesde richtlijn unierechtelijke begrippen zijn die strikt, volgens de gebruikelijke betekenis en in het licht van hun context in de Zesde richtlijn, moeten worden uitgelegd. De invulling van deze begrippen moet worden overgelaten aan het Hof van Justitie dat moet bewerkstelligen dat ze in alle lidstaten uniform worden uitgelegd. Unierechtelijk bezien lijken mij de bedoelingen van onze nationale wetgever niet leidend, laat staan doorslaggevend. Opvallend is dat A-G Van Hilten opmerkt dat in de tabelposten gehanteerde begrippen ongetwijfeld unierechtelijk van aard zijn, om vervolgens voor de uitleg van die begrippen terug te vallen op onze eigen parlementaire geschiedenis. Ik begrijp dat automatisme, maar het is geen unierechtelijke benadering. Die unierechtelijke benadering is overigens best lastig want een unierechtelijke parlementaire geschiedenis ontbreekt en ook de Zesde richtlijn biedt weinig aanknopingspunten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97c2b9aea766decd7a8c8dbc9ac4303e7ae65825d4a4b3bb0ec4ace4d17a58f3, en de alinea staat in dat document op bytes 107296 tot 108625.