Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:632.
Uit de formulering van het eerste lid van art. 825a lijkt te volgen dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord, immers dat de voorlopige voorzieningen bedoeld in de art. 825b en 825c slechts kunnen worden gevraagd ‘totdat de einduitspraak op een vordering tot echtscheiding in kracht van gewijsde is gegaan’, maar bij die formulering is ten onrechte verzuimd onderscheid te maken tussen – in de terminologie van het eerste lid van art. 825e: − die ‘voorlopige voorzieningen die op de kinderen betrekking hebben’, en de overige. Voor het maken van dit onderscheid bestaat aanleiding, omdat de art. 1:161 BW en 824 Rv de mogelijkheid openen omtrent het gezag over uit het huwelijk geboren minderjarige kinderen niet te beslissen in het vonnis dat de einduitspraak inhoudt op de vordering tot echtscheiding, maar eerst bij latere uitspraak en in de praktijk van deze mogelijkheid vrijwel steeds gebruik wordt gemaakt. Dit laatste leidt ertoe dat de uitspraak omtrent het gezag over de uit het huwelijk geboren minderjarige kinderen in de regel later in kracht van gewijsde gaat dan die op de vordering tot echtscheiding. Bijgevolg bestaat er behoefte aan dat een voorlopige voorziening die op de kinderen betrekking heeft, blijft gelden gedurende de tussenliggende periode en zo nodig gewijzigd kan worden gedurende die periode. De behoefte aan zulk een voorlopige voorziening zal soms ook eerst ontstaan gedurende die tussenliggende periode. Met eerstbedoelde behoeften houdt de wet rekening door in art. 825e tweede lid te bepalen dat voorlopige voorzieningen die op de kinderen betrekking hebben, hun kracht behouden totdat de voogdij overeenkomstig art. 1:280 BW is begonnen, en in art. 825d dat die voorzieningen tot dat tijdstip kunnen worden gewijzigd. In aansluiting daarop moet worden aangenomen dat voorzieningen die op de kinderen betrekking hebben, tot dat tijdstip ook nog voor de eerste maal kunnen worden verzocht, en wel aan de rechter die alsdan de regeling van het gezag over de uit het huwelijk geboren minderjarige kinderen heeft te treffen. (…)” (rov. 3.1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3, en de alinea staat in dat document op bytes 15114 tot 17223.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3 | shasum -a 256